Infrastructuur

Herinrichting Afferdense waarden

donderdag 08 februari 2007

Natuur én veiligheid ineen
De herinrichting van de Afferdensche en Deestsche Waarden

De Afferdenschee en Deestsche waarden worden in de toekomst ingericht als natuur- en recreatiegebied. Dit is nodig om de veiligheid tegen overstromingen te vergroten. De uitvoering van de herinrichting is zo goed mogelijk voorbereid. De Bouwdienst heeft samen met diverse diensten zoals RIZA en DWW talloze onderzoeken gedaan waaruit blijkt hoe het beste te werk kan worden gegaan. Voordat de uitvoering van start gaat, moeten nog een aantal belangrijke keuzes worden gemaakt. Bouwdienst Magazine zet de laatste ontwikkelingen op een rij.

De Waal stroomt nu nog door het zomerbed van de Afferdenschee en Deestsche Waarden. Maar er zijn plannen om de rivier permanent meer ruimte te geven in het winterbed. Er lag al een plan voor de herinrichting van het gebied tot een natuur- en recreatiegebied, maar dit plan is geoptimaliseerd na de overstromingen uit 1996. Het versterken van de dijken bleek toen niet voldoende om de veiligheid te garanderen. Er zijn diverse maatregelen nodig zoals het verlagen van de uiterwaarden en het aanleggen van een nevengeul voor opvang van het water uit de Waal. 
 
Bij het project komt ongeveer 1,2 miljoen kubieke meter grond vrij. Een klein deel is sterk vervuild. De Bouwdienst heeft daarom in opdracht van de Directie Oost Nederland uitgezocht welke mogelijkheden er zijn voor berging van de grond. Hierbij is rekening gehouden met het nieuwe beleid Actief Bodembeheer Rijntakken. Tevens zijn de effecten voor het milieu onderzocht. De resultaten zijn verwerkt in een milieu-effectrapport. Het definitieve concept wordt voor de zomer opgeleverd aan de directie Oost-Nederland. Na het besluit onder welke voorwaarden de vrijkomende grond geborgen wordt en verwerkt mag worden, worden de vergunningen aangevraagd. Vervolgens wordt bepaald wie de uitvoering gaat doen. Het zal dus enkele jaren duren voordat de eerste schep de grond ingaat. Het project zal niet veel eerder dan 2015 gereed zijn.

Het gebied in de Afferdensche en Deestsche Waarden is opgedeeld in vijf deelgebieden om zoveel mogelijk overlast te voorkomen. “Een belangrijk uitganspunt is dat de deelgebieden één voor één worden aangepakt,” zegt projectleider Janneke Lourens van de Bouwdienst. “Het project blijft hierdoor behapbaar voor de omwonenden, die sneller weer kunnen genieten van de omgeving. De stapsgewijze aanpak zet tevens eerder herstel van de natuur in gang. In één deelgebied is al begonnen met de uitvoering. De nevengeul is hier al deels aangelegd en op hoogwatervrije terreinen zijn diverse bedrijfsgebouwen gesloopt. Veel grond is aangekocht.” 

Restprobleem

De Bouwdienst heeft twee hoofdoplossingen voor de grond. De eerste oplossing gaat uit van berging in de bestaande zandwinplas bij Druten. Lourens: “We dachten dat alle grond in de plas pastte. Maar tijdens de studie bleek dat veel meer grond vrijkwam dan gedacht. Daar komt bij dat de capaciteit tegenviel. De plas lijkt groot, maar mag niet helemaal opgevuld worden in verband met opstuwingsgevaar. Kortom, je blijft met een restprobleem zitten en het is onzeker of het lukt om de grond elders opnieuw te gebruiken of te verkopen. Een meevaller is dat de grond minder vervuild is.”

De tweede oplossing bestaat uit het graven van een diepe put voor alle grond naast de zandwinplas. Lourens: “Het voordeel is dat tijdens het uitgraven verkoopbaar beton- en metselzand vrijkomt. De bovenste laag grond uit de put, wordt de bodem van een deel van de nevengeul. Het nadeel van een put is dat het graven langer duurt. Omwonenden hebben hierdoor langer last van de werkzaamheden. Het afgraven leidt tevens tot meer verstoring van de natuur. Daar komt bij dat er slechts vijf maanden per jaar gewerkt mag worden in de Afferdensche en Deestsche Waarden wegens de broedperiode. Zonder ontheffing, neemt de herinrichting vijf jaar in beslag. En als eerst nog een nieuwe put gegraven moet worden komen er nog twee jaar bij.”  

Isolatielaag

De effecten voor het milieu zijn eveneens onder de loep genomen. Tijdens het storten van de grond in de zandwinplas bij Druten kan verontreiniging van het oppervlaktewater optreden. De deeltjes die vrijkomen vermengen zich met het water en stromen naar de Waal. Lourens: “Een lichte verontreiniging van het water in de zandwinplas is acceptabel, omdat de Waal ook niet zo schoon is. Door uitwisseling met het water in de Waal zal tijdelijk ook vervuiling van de rivier optreden. Dit is minder het geval als de grond in de nieuwe put wordt gestort.”

Bij het grondwater ligt dat anders. In de zandwinplas ligt al een sliblaag uit de Waal met vervuild materiaal. Wanneer de afgegraven grond op de bodem wordt gestort, worden verontreinigde stoffen met water door de berging mee naar het grondwater genomen. “De vervuilde stoffen komen vervolgens in het water uit de plas terecht en overschrijden de norm. Het is daarom van belang om een isolatielaag aan te brengen aan de bovenkant van de berging. Als de grond in de nieuwe put geborgen wordt is er minder sprake van verontreiniging naar het grondwater.”  
 
Een ander effect van het aanleggen van een nevengeul is kwel. Kwel is het opkomen van water door de grond achter de dijk. Kwel wordt nu vooral tegengehouden door de dikke kleilaag in de uiterwaard. Als deze wordt verwijderd, neemt de kwel toe omdat het water makkelijker door de grond stroomt. Lourens: “De angst van omwonenden voor natte kelders door kwel is  terecht. Maar het kwelprobleem zal nauwelijks meer worden dan het nu is. Kwel treedt bovendien meer op bij hoge waterstanden in het stormseizoen en dan werken we niet en de bodem is dan alweer grotendeels dichtgeslagen.”

Combinatie

De ideale oplossing voor het grondprobleem bestaat volgens de Bouwdienst niet. Lourens: “Er is niet een alternatief dat beter is. Het is het handigst om te kiezen voor een combinatie. We kunnen dan alle overtollige grond bergen binnen de Afferdensche en Deestsche Waarden en alle bruikbare grond verkopen. Als we de nieuwe put minder groot hoeven te graven, zal ook de geluidshinder van kortere duur zijn.” In februari zijn de omwonenden en betrokkenen over de plannen geïnformeerd. “De bewoners willen de grond liever niet omputten, maar hergebruiken in de omgeving.” 

Het is aan de markt hoe de grond uiteindelijk verwerkt wordt. Lourens: “Het ontwerp en de randvoorwaarden voor de herinrichting liggen vast. We willen wel maximale vrijheid inbouwen voor de bestemming van de grond. Misschien heeft een aannemer wel een slimmere oplossing. Het is niettemin prettig dat we tijdens de voorbereiding veel zelf hebben kunnen doen. Het werkt praktischer in het contact met de opdrachtgever en andere belanghebbenden als je kennis hebt van zaken. We denken mee met alles, gaan mee naar het overleg en maken duidelijke afspraken. We weten nu waar de aandachtspunten liggen in de productontwikkeling voor vergelijkbare studies en bij de aanbesteding. De Bouwdienst kan dergelijke complexe studies nu heel goed op de markt zetten.”

door Jessica de Jong

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign