Infrastructuur

Opknapbeurt pieren IJmuiden

donderdag 08 februari 2007

Pieren IJmuiden krijgen opknapbeurt

De havenhoofden van IJmuiden verkeren in slechte staat.

De pieren zijn aan grote slijtage onderhevig en hebben snel een opknapbeurt nodig. Een bezoek aan de havenhoofden maakt duidelijk hoe urgent de situatie is. “De kans is groot dat bij stormvloed grote schade ontstaat zoals een gat in de dijk. Dit heeft ernstige gevolgen voor het scheepvaartverkeer en zal tot schadeclaims leiden.” De Bouwdienst treft daarom samen met het District Noordzeekanaal voorbereidingen voor een grote onderhoudsronde.

Het kan behoorlijk tekeer gaan op de pieren bij IJmuiden. Bij een stevige wind slaan al snel metershoge golven hard tegen de beide havenhoofden aan of erover heen. Als het slecht weer is ondervinden de havenhoofden daardoor veel hinder van het woeste zeewater. De golfkracht op het talud is erg zwaar én heeft door de jaren heen diepe sporen achtergelaten. Ondanks de vele ingrepen functioneren de beide havenhoofden niet meer op hun oorspronkelijke sterkte.

De oude havenhoofden van IJmuiden zijn aangelegd in de negentiende eeuw. Ze zijn gebouwd om de schepen vanaf de Noordzee veilig via IJmuiden naar de haven van Amsterdam te laten varen. De pieren zorgen tevens dat de vaargeul niet dichtslibt. Na de Tweede Wereldoorlog moest de havenmond van IJmuiden worden vergroot. De twee oude pieren voldeden niet meer omdat er steeds meer én steeds grotere schepen binnenvoeren. De oude havenhoofden zijn daarom tussen 1962 en 1967 verlengd. 

Bij de ingang van het Zuiderhavenhoofd staat een waarschuwingsbord. Bezoekers die de pier opgaan bij storm verkeren volgens de tekst in levensgevaar. Desondanks is de dijk een gewilde attractie. Als we in een dienstauto van Rijkswaterstaat de pier oprijden, fietst een onbevreesde man tegen de wind de pier op. Halverwege zitten twee vissers, terwijl de golven tegen het talud slaan. Op de kop staat het havenlicht dat ‘s nachts de schepen veilig IJmuiden binnenleidt.

Zorgenkind

De pier bij IJmuiden is een geval apart. Het ontwerp van de verlengde havenhoofden, met een toplaag van steenasfalt, was voor die tijd heel innovatief. Bij de uitvoering zijn voor het eerst op “spuds” verankerde kraanhefeilanden gebruikt. Elke pier bestaat uit vijf hoofdonderdelen. Dit zijn de bodembescherming (zinkstukken), de teenconstructie (breuksteen), de kern (breuksteen), de toplaag (steenasfalt) en het kruinelement (beton). De pier is in beheer van het District Noordzeekanaal. De Bouwdienst heeft de opdracht gekregen om met een onderhoudsplan te komen.

De havenhoofden van IJmuiden zijn vanaf het begin een zorgenkind. De afgelopen vijfendertig jaar was regelmatig sprake van grote schade. Al vrij snel na de aanleg is daarom besloten de hele toplaag van steenasfalt te bedekken met betonblokken. “Deze blokken slaan soms weg in zee en op de kop liggen verbrokkelde betonblokken die nog maar de helft wegen,” zegt projectleider Hans Janssen van de Bouwdienst, als we over de Zuidpier wandelen. “Het wegdek zit vol met scheuren en daarnaast is mogelijk sprake van bodemverzakkingen. Dit komt omdat materiaal onder uit de dammen wegspoelt, maar dat is moeilijk meetbaar.”

Onderhoudsplan

Tijd dus om in actie te komen. Janssen: “Zonder uitgebreide kennis over de conditie van de beide havenhoofden is het onmogelijk om een gedegen onderhoudsplan op te stellen. De Bouwdienst heeft zich daarom eerst verdiept in de historie van de havenhoofden. Dit heeft geresulteerd in een rapport waarin precies is uitgewerkt hoe de havenhoofden zijn gebouwd en welke aanpassingen later zijn gedaan. Daarnaast staan zaken beschreven die anders zijn gegaan in de uitvoering dan in het ontwerp was bedacht.” 

Vervolgens is gekeken naar de ontwerpbelastingen. Deze zijn in de loop der tijd toegenomen door de verdieping van de haventoegang. Daarna is de sterkte van de havenhoofden in kaart gebracht. “Uit analyse blijkt dat de bodembescherming stabiel is. Op plaatsen waar de bodembescherming ontbreekt moet wel gevreesd worden voor flinke ontgrondingen. Ook kan fijner materiaal onder de teen en de kern uitspoelen met verzakkingen van de dam of ondermijning van het talud als gevolg. De betonblokken op de toplaag en de steenasfaltlaag verkeren in slechte staat; als de instabiele betonblokken wegslaan kan de steenasfaltlaag bezwijken door de waterdruk in de dam. De stabiliteit van het kruinelement is voldoende. 
   
Zeemeeuw

“Het is lastig uitleggen dat de pier niet sterk genoeg is,” vervolgt Janssen terwijl hij kijkt in de richting van staalmagnaat Hoogovens. Mensen zien volgens hem wel dat de betonblokken versleten zijn, maar ze begrijpen niet dat af en toe een betonblok vervangen niet voldoende is. Een groot deel van het probleem speelt zich af onder water of in de dam. “De kans is groot dat bij stormvloed grote schade ontstaat zoals een gat in de dijk. Dit heeft grote gevolgen voor het scheepvaartverkeer en zal leiden tot schadeclaims. Het risico moet daarom snel ingeperkt worden. De pier afbreken is technisch gezien bijna onuitvoerbaar en het steenasfalt -wat daarbij vrijkomt- leidt tot een enorm afvalprobleem.” 

Op de terugweg houdt één van de twee vissers ons aan op de pier. Hij wijst naar een ineengedoken zeemeeuw op een betonblok. Volgens de man heeft het dier een vishaakje ingeslikt. Of wij niet even langs de dierenarts kunnen rijden? Als we instemmend knikken vanuit de dienstauto, geeft hij de vogel in een plasticzak opgelucht aan door het raampje. In IJmuiden is het even zoeken, maar het lukt. Of de meeuw het redt, zullen we nooit weten.

Noodvulling

De Bouwdienst heeft vijf scenario’s bedacht voor het vergroten van de stabiliteit van de havendammen. Alle varianten gaan uit van het overlagen van de huidige dam. In de eerste variant wordt een flauw hellend breuksteen talud toegepast. In de tweede variant wordt de sterkte vergroot door de blokken te vervangen door X-blokken; een nieuw type betonelement dat lijkt op de Accropode en erg stabiel is omdat de elementen in elkaar haken. In de derde variant worden nieuwe betonblokken in een enkele laag bovenop de bestaande constructie aangebracht. In de vierde variant draait het om het aanbrengen van een dubbele laag betonblokken op het talud. In de vijfde variant wordt de dam geheel overlaagd met gepenetreerde breuksteen op flauwere taluds. 

De scenario’s zijn reeds beoordeeld. “Dit heeft tot twee voorkeursoplossingen geleid,” zegt Henk Hoek van het District Noordzeekanaal. “De Bouwdienst heeft aangetoond dat varianten met de enkele of dubbele laag betonblokken de beste oplossing geven. Deze varianten zijn eenvoudig te onderhouden, zijn milieuvriendelijk en relatief goedkoop. Deze zomer wordt met modelonderzoek in een golfgoot onderzocht of de varianten zich goed houden. Daarna kan de de voorbereiding op de aanbestedingsprocedure beginnen. De uitvoering gaat in 2007 van start.”

Tot aan de start van de renovatie moet schade aan de dam zoveel mogelijk voorkomen worden. Voor de winterperiodes is daarom een calamiteitenplan van kracht. Hoek: “Als zich tijdens het stormseizoen incidenten voordoen, dan worden direct maatregelen getroffen. Er worden betonblokken geplaatst als er een gat geslagen wordt of als er asfalt wegslaat. In de zomerperiodes worden de zwakke plekken aangepakt. Deze tijdelijke ingrepen zijn vergelijkbaar met het plaatsen van een noodvulling voorafgaand aan de gebitsrenovatie.”    

Omslag

De nieuwe Bouwdienst heeft meer een kennis- en regierol en dát vraagt om een omslag in het denken. “Zeker gezien de slechte toestand van de dam is het belangrijk om te weten wat je wegzet bij een aannemer,” zegt Janssen. “Doordat de Bouwdienst steeds meer overlaat aan externe deskundigen bestaat de kans dat kennis verloren gaat, die nodig is om het project goed aan te sturen.”

De samenwerking tussen het District Noordzeekanaal en de Bouwdienst verloopt soepel. Janssen: “Onze ondersteunende rol werkt goed. Gelukkig kunnen wij vragen nog steeds deskundig behandelen en bij problemen is het District gewillig om te helpen. Belangrijke beslissingen zijn gezamenlijk gemaakt. “Dat zal wel veranderen,” vreest Hoek. “Het District zal meer de rol van beheerder gaan vervullen en op afstand blijven. De vraag is of we straks nog in staat zijn om de Bouwdienst een goed opdracht te geven, omdat ook wij afhankelijker worden van de markt.”    

door Jessica de Jong

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign