Mens

Jonge vluchtelingen

dinsdag 06 februari 2007

Gepubliceerd In Landelijke Allochtonenkrant 

Jonge vluchtelingen zoeken afleiding

Amsterdam - ‘Het is onze wens dat er in alle grote steden, waar Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers (AMA’s ) leven, ontmoetingscentra worden opgezet, die voorzien in een behoefte aan geborgenheid en sociale contacten,’ zegt projectcoördinator Britta Lassen van de internationale kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Zij startte twee jaar geleden met succes het vrijwilligersproject <I>Amabel<D> als vangnet voor jonge asielzoekers (17-23 jaar), die dreigden tussen de wal en het schip te raken. 

In het Amsterdamse ontmoetingscentrum komen jonge vluchtelingen twee keer per week bijeen. Jongens van verschillende nationaliteiten zitten aan de bar op de eerste verdieping van Buurthuis Quellijn in volkswijk de Pijp. Ze proberen een mobiele telefoon uit van een vrijwilligster en barsten in lachen uit wanneer het geluidssignaal afgaat. Anderen spelen een potje tafelvoetbal of kijken naar MTV. Met een kop thee in de hand, krijg ik een rondleiding van initiatiefnemer Britta langs de keuken en de computerruimte, waar circa tien AMA’s geconcentreerd naar het beeldscherm turen. Meisjes ontbreken.
 Er komen per avond tien tot vijftien jonge asielzoekers naar de instuif. In de afgelopen twee jaar heeft Amabel meer dan honderd jongeren bereikt. ‘Het komt voor dat ze het te druk hebben met school en een aantal maanden wegblijven, maar meestal komen ze terug,’vertelt Britta. ‘En als dat niet het geval is hebben ze het niet meer nodig. Met andere woorden: geen nieuws is goed nieuws.’ Een enkele keer maken de medewerkers van Amabel, dat bestaat uit een team van elf vrijwilligers, zich zorgen en nemen contact op met de school of vluchtelingenwerk.
De naam van het ontmoetingscentrum Amabel is afgeleid van de afkorting AMA en het Franse woord <I>aimable<D> wat geliefd betekent. Jonge vluchtelingen kunnen er terecht voor uiteenlopende activiteiten, zoals filmavondjes, sjoel- en dartcompetities, uitjes naar het Sarphatipark en voetbalwedstrijden. Ook zijn er voorlichtingsavonden al naar gelang de behoefte. De Nederlandse verkeersregels en de omgangsvormen met de andere sekse zijn al eens behandeld. Een terugkerende vraag volgens Britta, is wie van de twee moet betalen bij een etentje, de jongen of het meisje. In hun eigen cultuur is het vanzelfsprekend dat de man betaalt, in Nederland niet.
De meeste bezoekers van Amabel zijn achttien jaar of ouder en krijgen geen begeleiding meer in de vorm van woonbegeleiding of voogdijschap. Ze staan er alleen voor. Uit onderzoek blijkt volgens Britta dat AMA’s  niet naar het reguliere jongerenwerk gaan. Ze zijn dat niet gewend, omdat in hun eigen cultuur het sociale gebeuren zich binnen de familie afspeelt en niet in buurtcentra. Meisjes zijn nog moeilijker bereikbaar, omdat ze niet gewend zijn veel op straat te komen en met mannen om te gaan. Bovendien is het reguliere jongerenwerk niet goed voorbereid op de speciale problematiek van AMA’s.
Amabel daarentegen is populair. De vluchtelingen weten het ontmoetingscentum ook snel te vinden. ‘Jonge vluchtelingen horen van ons project via hun docenten op school of via hun woonbegeleider en Vluchtelingenwerk. Meestal komen ze mee met een introducé. Het is heel belangrijk dat ze al iemand kennen, anders komen ze niet.’ Een andere reden voor het succes van Amabel is dat het fungeert als spil in een groot netwerk van organisaties op het gebied van jongeren en vluchtelingen, zoals het Rode Kruis, Vluchtelingenwerk, Jongerenwerk, De Opbouw, Woonbegeleiding HVO-jonker en scholen. Dit vergroot de bekendheid van Amabel onder de jongeren en vergemakkelijkt de samenwerking tussen de organisaties.
 
Vluchtverhaal

Wanneer ik informeer naar het vluchtverhaal van de Ama’s, deelt Britta mee dat het niet de bedoeling is hen daarover aan te spreken. De vrijwilligers doen dat zelf ook niet. ‘We staan altijd voor ze klaar met een kopje thee en een luisterend oor, maar maken het niet moeilijker voor ze, dan het al is. We bieden ze veiligheid en gezelligheid.’ Volgens haar is de angst voor autoriteiten groot, omdat de verstrekking van een verblijfsvergunning onzeker is. Vragen daarover kunnen trauma’s oproepen. Bovendien stellen de vluchtelingen het juist op prijs dat ze bij Amabel terecht kunnen voor ontspanning
De AMA’s komen uit brandhaarden van over de hele wereld. Ze vluchten naar Nederland, omdat ze in hun eigen land het risico lopen opgepakt te worden op grond van hun politieke overtuiging of die van hun ouders. In andere gevallen slaan ze op de vlucht wegens een burgeroorlog, zoals bijvoorbeeld in Kosovo. Hun reis wordt meestal betaald en geregeld door de ouders of soms door een heel dorp. Via mensensmokkelaars komen ze aan op Schiphol waar ze meestal direct politiek asiel aanvragen. In afwachting van hun verblijfsvergunning, volgen ze speciaal onderwijs en worden in speciale wooneenheden geplaats onder toezicht van een voogd.
De jongeren verkeren doorgaans in grote onzekerheid, omdat ze niet weten of ze in Nederland mogen blijven, vaak geen contact meer hebben met familie, niet terug kunnen vallen op een netwerk en zich een vreemde eend voelen in de Nederlandse samenleving. Britta vindt het overheidsbeleid ten aanzien van asielzoekers te restrictief. Ze is blij dat er mensen zijn, die desondanks illegaal deurtjes openen, zodat AMA’s het vege lijf kunnen redden. Ze hoopt dat de overheid meer geld zal steken in projecten als Amabel. Dat zou het leven van jonge asielzoekers in Nederland een stuk aangenamer maken.            

Voor meer informatie over Amabel kunnen mensen contact opnemen met: Defence for Children International, afdeling Nederland in Amsterdam, Telefoon 020 - 4203771, Britta Lassen of Elske van Schaardenburgh.

.

Jonge vluchtelingen zoeken afleiding

Jessica de Jong

Amsterdam - ‘Het is onze wens dat er in alle grote steden, waar Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers (AMA’s ) leven, ontmoetingscentra worden opgezet, die voorzien in een behoefte aan geborgenheid en sociale contacten,’ zegt projectcoördinator Britta Lassen van de internationale kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Zij startte twee jaar geleden met succes het vrijwilligersproject <I>Amabel<D> als vangnet voor jonge asielzoekers (17-23 jaar), die dreigden tussen de wal en het schip te raken. 

In het Amsterdamse ontmoetingscentrum komen jonge vluchtelingen twee keer per week bijeen. Jongens van verschillende nationaliteiten zitten aan de bar op de eerste verdieping van Buurthuis Quellijn in volkswijk de Pijp. Ze proberen een mobiele telefoon uit van een vrijwilligster en barsten in lachen uit wanneer het geluidssignaal afgaat. Anderen spelen een potje tafelvoetbal of kijken naar MTV. Met een kop thee in de hand, krijg ik een rondleiding van initiatiefnemer Britta langs de keuken en de computerruimte, waar circa tien AMA’s geconcentreerd naar het beeldscherm turen. Meisjes ontbreken.
 Er komen per avond tien tot vijftien jonge asielzoekers naar de instuif. In de afgelopen twee jaar heeft Amabel meer dan honderd jongeren bereikt. ‘Het komt voor dat ze het te druk hebben met school en een aantal maanden wegblijven, maar meestal komen ze terug,’vertelt Britta. ‘En als dat niet het geval is hebben ze het niet meer nodig. Met andere woorden: geen nieuws is goed nieuws.’ Een enkele keer maken de medewerkers van Amabel, dat bestaat uit een team van elf vrijwilligers, zich zorgen en nemen contact op met de school of vluchtelingenwerk.
De naam van het ontmoetingscentrum Amabel is afgeleid van de afkorting AMA en het Franse woord <I>aimable<D> wat geliefd betekent. Jonge vluchtelingen kunnen er terecht voor uiteenlopende activiteiten, zoals filmavondjes, sjoel- en dartcompetities, uitjes naar het Sarphatipark en voetbalwedstrijden. Ook zijn er voorlichtingsavonden al naar gelang de behoefte. De Nederlandse verkeersregels en de omgangsvormen met de andere sekse zijn al eens behandeld. Een terugkerende vraag volgens Britta, is wie van de twee moet betalen bij een etentje, de jongen of het meisje. In hun eigen cultuur is het vanzelfsprekend dat de man betaalt, in Nederland niet.
De meeste bezoekers van Amabel zijn achttien jaar of ouder en krijgen geen begeleiding meer in de vorm van woonbegeleiding of voogdijschap. Ze staan er alleen voor. Uit onderzoek blijkt volgens Britta dat AMA’s  niet naar het reguliere jongerenwerk gaan. Ze zijn dat niet gewend, omdat in hun eigen cultuur het sociale gebeuren zich binnen de familie afspeelt en niet in buurtcentra. Meisjes zijn nog moeilijker bereikbaar, omdat ze niet gewend zijn veel op straat te komen en met mannen om te gaan. Bovendien is het reguliere jongerenwerk niet goed voorbereid op de speciale problematiek van AMA’s.
Amabel daarentegen is populair. De vluchtelingen weten het ontmoetingscentum ook snel te vinden. ‘Jonge vluchtelingen horen van ons project via hun docenten op school of via hun woonbegeleider en Vluchtelingenwerk. Meestal komen ze mee met een introducé. Het is heel belangrijk dat ze al iemand kennen, anders komen ze niet.’ Een andere reden voor het succes van Amabel is dat het fungeert als spil in een groot netwerk van organisaties op het gebied van jongeren en vluchtelingen, zoals het Rode Kruis, Vluchtelingenwerk, Jongerenwerk, De Opbouw, Woonbegeleiding HVO-jonker en scholen. Dit vergroot de bekendheid van Amabel onder de jongeren en vergemakkelijkt de samenwerking tussen de organisaties.
 
Vluchtverhaal

Wanneer ik informeer naar het vluchtverhaal van de Ama’s, deelt Britta mee dat het niet de bedoeling is hen daarover aan te spreken. De vrijwilligers doen dat zelf ook niet. ‘We staan altijd voor ze klaar met een kopje thee en een luisterend oor, maar maken het niet moeilijker voor ze, dan het al is. We bieden ze veiligheid en gezelligheid.’ Volgens haar is de angst voor autoriteiten groot, omdat de verstrekking van een verblijfsvergunning onzeker is. Vragen daarover kunnen trauma’s oproepen. Bovendien stellen de vluchtelingen het juist op prijs dat ze bij Amabel terecht kunnen voor ontspanning
De AMA’s komen uit brandhaarden van over de hele wereld. Ze vluchten naar Nederland, omdat ze in hun eigen land het risico lopen opgepakt te worden op grond van hun politieke overtuiging of die van hun ouders. In andere gevallen slaan ze op de vlucht wegens een burgeroorlog, zoals bijvoorbeeld in Kosovo. Hun reis wordt meestal betaald en geregeld door de ouders of soms door een heel dorp. Via mensensmokkelaars komen ze aan op Schiphol waar ze meestal direct politiek asiel aanvragen. In afwachting van hun verblijfsvergunning, volgen ze speciaal onderwijs en worden in speciale wooneenheden geplaats onder toezicht van een voogd.
De jongeren verkeren doorgaans in grote onzekerheid, omdat ze niet weten of ze in Nederland mogen blijven, vaak geen contact meer hebben met familie, niet terug kunnen vallen op een netwerk en zich een vreemde eend voelen in de Nederlandse samenleving. Britta vindt het overheidsbeleid ten aanzien van asielzoekers te restrictief. Ze is blij dat er mensen zijn, die desondanks illegaal deurtjes openen, zodat AMA’s het vege lijf kunnen redden. Ze hoopt dat de overheid meer geld zal steken in projecten als Amabel. Dat zou het leven van jonge asielzoekers in Nederland een stuk aangenamer maken.            

Voor meer informatie over Amabel kunnen mensen contact opnemen met: Defence for Children International, afdeling Nederland in Amsterdam, Telefoon 020 - 4203771, Britta Lassen of Elske van Schaardenburgh.

door Jessica de Jong

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign