Mens

Minderheden kunstsector

dinsdag 06 februari 2007

Verschenen in: Landelijke Allochtonenkrant

Minderheden in kunstsector geven meerwaarde

Amsterdam - Staatssecretaris Rick van der Ploeg wil 40 tot 60 miljoen gulden per jaar uittrekken om de deelname van allochtonen in de kunstsector te bevorderen. Hij is van mening dat minderheden te weinig profiteren van subsidies en ondervertegenwoordigd zijn in adviesraden en besturen. Dit schrijft de (inmiddels demissionaire) staatssecretaris van Cultuur in de nota Ruim Baan voor Culturele Diversiteit.

Voor de realisatie van zijn plannen wil Van der Ploeg een aantal maatregelen treffen in de cultuursector. Hij onderscheidt daarbij drie groepen: de makers van kunst, de aanbieders van kunst en het publiek. Om de integratie van jonge allochtone kunstenaars te bevorderen, is het van belang hun kansen te vergroten. Ze moeten voorrang krijgen bij subsidies en landelijke voorzieningen op het terrein van de amateurkunst. Zogenaamde ‘cultuurverkenners’ ofwel headhunters moeten potentiëel talent opsporen en allochtone kunstenaars begeleiden bij de aanvraag van subsidies.

Culturele instellingen moeten op hun beurt toelichten hoe zij invulling geven aan culturele diversiteit. Kwaliteit is niet langer het enige criterium voor subsidie. Minstens zo belangrijk is dat een bepaalde kunstwerk een divers publiek aanspreekt. Om dat te bepalen moeten meer deskundigen van niet-Nederlandse afkomst instromen in adviescommissies en in besturen van fondsen. De staatssecretaris laat tevens onderzoeken hoe het culturele migranten-erfgoed het best kan worden opgeslagen in musea en archieven. Ook scholen moeten meer aandacht besteden aan minderhedenkunst in hun lessenpakket.

Uitgangspunten bij het beleid van Van der Ploeg zijn de wenselijkheid en de meerwaarde van culturele diversiteit in de cultuursector. Ook is van belang dat ontmoetingen gestimuleerd worden tussen diverse kunstgezelschappen en het publiek. Voor de nieuwe Cultuurnotaperiode (2001-2004) zal de staatssecretaris veertig tot zestig miljoen euro vrijmaken. Wellicht gebeurt dit al met ingang van 2000. De staatsecretaris wil geen aparte podia of een apart cultuurfonds, omdat culturele diversiteit onderdeel is van het cultuurbeleid.

Tijdens het symposium Culturele Diversiteit van vorige maand in het Amsterdamse Theater Cosmic, zette de staatssecretaris zijn plannen uiteen. Het symposium werd georganiseerd door het Fonds voor de Podiumkunsten, het Fonds voor Amateurkunst, de Mondriaan Stichting en theater De Engelenbak. Volgens een bezoeker, die niet bij naam genoemd wil worden, was de algemene teneur dat er al veel initiatieven van allochtonen zijn. “Ze werken regelmatig samen met Nederlanders en richten zich allang op een divers publiek. De discussie moet niet gaan over integratie en allochtonenbeleid, maar op de meerwaarde van verschillende culturen voor de kunst. De Mondriaan Stichting, het Fonds voor de Podiumkunsten en Cosmic Theater waren niet bereikbaar voor commentaar. 

Juni 1999

Voor de realisatie van zijn plannen wil Van der Ploeg een aantal maatregelen treffen in de cultuursector. Hij onderscheidt daarbij drie groepen: de makers van kunst, de aanbieders van kunst en het publiek. Om de integratie van jonge allochtone kunstenaars te bevorderen, is het van belang hun kansen te vergroten. Ze moeten voorrang krijgen bij subsidies en landelijke voorzieningen op het terrein van de amateurkunst. Zogenaamde ‘cultuurverkenners’ ofwel headhunters moeten potentiëel talent opsporen en allochtone kunstenaars begeleiden bij de aanvraag van subsidies.

Culturele instellingen moeten op hun beurt toelichten hoe zij invulling geven aan culturele diversiteit. Kwaliteit is niet langer het enige criterium voor subsidie. Minstens zo belangrijk is dat een bepaalde kunstwerk een divers publiek aanspreekt. Om dat te bepalen moeten meer deskundigen van niet-Nederlandse afkomst instromen in adviescommissies en in besturen van fondsen. De staatssecretaris laat tevens onderzoeken hoe het culturele migranten-erfgoed het best kan worden opgeslagen in musea en archieven. Ook scholen moeten meer aandacht besteden aan minderhedenkunst in hun lessenpakket.

Uitgangspunten bij het beleid van Van der Ploeg zijn de wenselijkheid en de meerwaarde van culturele diversiteit in de cultuursector. Ook is van belang dat ontmoetingen gestimuleerd worden tussen diverse kunstgezelschappen en het publiek. Voor de nieuwe Cultuurnotaperiode (2001-2004) zal de staatssecretaris veertig tot zestig miljoen euro vrijmaken. Wellicht gebeurt dit al met ingang van 2000. De staatsecretaris wil geen aparte podia of een apart cultuurfonds, omdat culturele diversiteit onderdeel is van het cultuurbeleid.

Tijdens het symposium Culturele Diversiteit van vorige maand in het Amsterdamse Theater Cosmic, zette de staatssecretaris zijn plannen uiteen. Het symposium werd georganiseerd door het Fonds voor de Podiumkunsten, het Fonds voor Amateurkunst, de Mondriaan Stichting en theater De Engelenbak. Volgens een bezoeker, die niet bij naam genoemd wil worden, was de algemene teneur dat er al veel initiatieven van allochtonen zijn. “Ze werken regelmatig samen met Nederlanders en richten zich allang op een divers publiek. De discussie moet niet gaan over integratie en allochtonenbeleid, maar op de meerwaarde van verschillende culturen voor de kunst. De Mondriaan Stichting, het Fonds voor de Podiumkunsten en Cosmic Theater waren niet bereikbaar voor commentaar. 

door Jessica de Jong

1999

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign