Mens

Italiaanse handen spreken boekdelen

donderdag 27 april 2006

Gepubliceerd in Italie Magazine

Italianen wapperen uitbundig met hun handen als ze praten. Voor buitenlanders prachtig om naar te kijken, maar niet altijd goed te volgen.

Ze kennen de expressieve gebaren vaak niet of dragen er een andere betekenis aan toe. Uitdrukkingen die ze zelf onschuldig vinden, zijn voor Italianen soms juist aanstootgevend. Wie regelmatig een bezoek brengt aan de laars van Europa, kan zich dus maar beter eerst even verdiepen in de eeuwenoude gebarentaal van zijn temperamentvolle bewoners.

Zomaar een drukke, rumoerige straat in Rome. Temidden van voorbij razende auto’s en motorini staat een oudere vrouw te wachten bij een bushalte. Als de stadsbus aan komt rijden heft ze haar hand op, maar het voertuig rijdt gewoon door. Verontwaardigd kijkt de vrouw naar de buschauffeur en verwenst hem: Cornuto! (letterlijk: hoorndrager, een bedrogen echtgenoot). Tegelijkertijd heft ze haar armen op en steekt haar wijsvingers en pinken als hoorntjes omhoog.

Veel toeristen die getuige zijn van een dergelijk tafereel, begrijpen niet precies wat de vrouw bedoelt met haar levendige gebaren. Thuis bewegen ze hun handen niet op die manier, laat staan dat ze de betekenis kennen. De expresieve gebarentaal van de Italiaanse blijft dan ook een raadsel. Een enkele keer is het omgekeerde het geval. Een nietsvermoedende toerist die bijvoorbeeld op Sardinië zijn duim uitsteekt in de hoop op een lift, wordt niet begrepen en krijgt soms zelfs een pak slaag. Voor Sardijnen betekent dit gebaar namelijk niet ‘help me’, maar ‘scheer je weg’. 

We bewegen allemaal in meerdere of mindere mate onze handen tijdens het praten. Gebaren zijn lichaamssignalen die we -meestal onbewust- gebruiken om uit te drukken wat we voelen of bedoelen. Ze zijn tevens bedoeld om onze verbale uitingen  kracht bij te zetten. Handen ondersteunen of beklemtonen woorden; neem bijvoorbeeld de priemende vinger bij een beschuldiging. Ook kunnen ze een gesprek verlevendigen door universele begrippen uit te beelden zoals eten, drinken en gapen. Soms ook staan de gebaren van de handen haaks op hetgeen de mond vertelt. Als een Italiaans kind zegt dat hij zoet is maar achter zijn rug zijn vingers kruist, is hij juist stout: dico cosi, ma non è vero! (wat ik zeg, is niet waar!). Soms zegt één enkel gebaar meer dan een reeks mooi geformuleerde volzinnen. 

Gebarentaal is ook een taal

Wetenschappers beschouwden gebarentalen lange tijd niet als een echte taal. “Gebaren zijn onterecht beschouwd als triviale, tweederangs vormen van de menselijke communicatie,” zegt de Brit Desmond Morris in zijn boek Gestures. “De verbale uitwisseling werd als de hoogste vorm van contact beschouwd en alle andere vormen als inferieur en primitief. Terwijl sociale interactie juist sterk afhankelijk is van lichaamstaal. Tegenwoordig is de analyse van de menselijke talen overal geaccepteerd als wetenschap, maar de gebarenspecialist is nog steeds vrij zeldzaam.”

Tot voor kort was het zelfs voor doven op Nederlandse doveninstituten streng verboden om met hun handen te praten. “Er lopen nog heel wat oud-leerlingen rond die zich herinneren dat ze een kwartje of een dubbeltje moesten betalen wanneer ze betrapt werden op onderling praten in gebarentaal,” schrijft taalkundige Liesbeth Koenen in haar boek Gebarentaal. Het verbod was het gevolg van een besluit dat in 1880 op een groot internationaal congres genomen werd in (nota bene!) Milaan. Onderwijzers dachten dat doven beter zouden meedraaien in de normale maatschappij als ze leerden praten en liplezen. Gebaren zouden maar afleiden en het gebruik ervan moest ontmoedigd worden. Deze opvatting is inmiddels volledig achterhaald. Het onderzoek naar gebarentalen is over de hele wereld een serieus vak geworden.

Veel uitdrukkingen die doodgewoon zijn in Italië, zijn onbekend in Nederland en andersom. Sommige gebaren komen voor in beide culturen maar betekenen iets anders. “Als ik in de auto mijn vingertoppen tegen elkaar druk en op en neer beweeg, begrijpt een Nederlandse automobilist niet dat ik geïrriteerd ben,” zegt Roberto de Falco van taalinstituut Dante Alighieri.” Ook in andere situaties gaat het mis. Annaserena Ferruzzi van uitgeverij Serena Libri: “Toen ik een Nederlandse kennis hielp met inparkeren ging hij naar voren, terwijl ik juist wilde dat hij achteruit reed. Wanneer ik een Nederlander uitzwaai, komt die soms juist naar me toe.” Italianen wenken namelijk met de handpalm naar beneden en zwaaien gedag met de handpalm naar boven. Nederlanders doen dat omgekeerd.

Cliché of niet, de gemiddelde Italiaan gesticuleert meer dan de gemiddelde Nederlander. Dit zou onder andere te maken kunnen hebben met het feit dat hij lange tijd niet beschikte over ene nationale taal. "Vroeger konden mensen uit verschillende regio's elkaar moeilijk verstaan, omdat ze een ander dialect spraken," zegt docent taalvaardigheid aan de universiteit van Leiden en de technische universiteit Delft, Enrico Odelli. "Het is mogelijk dat Italianen hierdoor spontaan hun handen meer zijn gaan gebruiken om uit te leggen wat ze bedoelden." 

Een Italiaan heeft soms wel vijf verschillende uitdrukkingen tot zijn beschikking, waar een Hollander met lege handen staat. Als een Italiaan zich bijvoorbeeld verveelt schuift hij met duim en wijsvinger langs zijn kin: uffa! (pfff!) of beweegt hij een hand op en neer voor zijn buik: non ne posso più! (ik kan niet meer verdragen). Een Italiaan trekt ook wel eens een rechte lijn over zijn voorhoofd: ne ho fin qui (het zit me tot hier!) of schudt beide handen met uitgestrekte duimen en wijsvingers op kruishoogte heen en weer: che palle! (wat een gekloot!).Ook kan hij met zijn handen tegen de borst kloppen alsof er iets zwaars op ligt: che noia! (wat vervelend).

Clown 

Het ene volk legt bovendien meer passie in zijn gebaren dan het andere. Ferruzzi: “In Italië voel ik me vrijer om mijn gevoelens te uiten. Ik durf mijn handen meer te bewegen en mijn woorden te verlevendigen of kracht bij zetten. Ik gebruik mijn handen eveneens om de aandacht te trekken in een groep. In Nederland daarentegen houd ik me in om niet op een clown te lijken. Ik houd meer afstand en raak mensen minder snel aan.” Taalkundige aan de Univeristeit van Amsterdam Mauro Scoretti: “Nederlanders communiceren een stuk gedempter. Ze bewegen hun handen nauwelijks en hebben minder gebaren tot hun beschikking. Ik vraag me vaak af hoeveel informatie ik mag overdragen aan een ander.” De Falco: “Italianen maken zelfs gebaren als ze telefoneren. Daar betrap ik mezelf ook vaak op.”

Elk land zijn eigen gebaren 

Nationale verschillen in gebarentalen ontstaan omdat ze net als onze spreektaal aangeleerd zijn. Mensen maken overal ter wereld andere afspraken over de wijze waarop zij zich fysiek uitdrukken. Vaak is er geen enkel aantoonbaar verband tussen de betekenis van een gebaar en de beweging die daarbij hoort. Elk land kent zijn eigen gebaren en bepaalt de mate waarin deze gebruikt mogen worden. Emoties tonen die gepaard gaan met grootse gebaren zijn in het algemeen minder geaccepteerd in de Angelsaksische culturen, dan in mediterrane. De Italiaanse gebarentaal kent niet voor niets een lange geschiedenis.

De Napoletaan Andrea De Jorio toonde al in 1832 aan dat de wortels van veel Napolitaanse gebaren liggen bij de oude Grieken en Romeinen. Aan de hand van geschriften en muurschilderingen uit de klassieke oudheid illustreerde hij dat zijn stadsgenoten zich bedienden van dezelfde handgebaren als hun verre voorvaderen. Napolitanen maakten bovendien meer gebaren dan andere Italianen. Odelli: "Ook nu is dit nog het geval. Volgens Eduardo De Filippo, een grote Napolitaanse toneelschrijver, komt dit omdat er vroeger dikwijls buitenalndse legers in Napels gestationeerd watern. De lokale bevolking communiceerde met de soldaten door middel van gebaren."

De gebaren van de negentiende-eeuwse Naplitanen 'gedroegen' zich min of meer net zo als de taal die ze spraken: bijna elk dorpje in de omgeving van Napels kende haar eigen gebarendialect. En die regionale en lokale verschillen bestaan nog steeds. Zo vegen inwoners van Zuid-Italië met een hand onder hun kin of gooien hun hoofd naar achter als ze ‘nee’ bedoelen. In de rest van het land betekenen deze twee gebaren respectievelijk onverschilligheid of goedkeuring. Sommige steden hebben zelfs hun eigen voorraadje dreigementen. De Falco: “Als een Milanees een andere kwaad gezind is, wijst hij bijvoorbeeld met beide duimen en wijsvingers als pistolen naar zijn slachtoffer ti distruggo (ik schiet je neer). In Turijn of Rome doen ze dat bij mijn weten anders.” Toch zijn de verschillen niet meer zo groot als vroeger. Veel plaatselijke gebaren zijn inmiddels nationaal bekend. “Met de komst van de massamedia verspreidden veel gebaren zich door het gehele land,” schrijft taalkundige Pierangela Diadori in Senza Parole. “En wel met name door de komst van de televisie.”

Ook nieuwe gebaren doen hun intrede. Zo namen de Italianen de opgestoken duim (Oké) over van de Amerikanen toen deze tijdens de Tweede Wereldoorlog voet aan wal zetten. Ook intern ontstaan nieuwe creaties. Scoretti: “Toen ik klein was bestond er geen gebaar voor ‘gevangenis’. Als een Italiaan nu vijf vingers uitstrekt voor zijn gezicht, bedoelt hij dat een ander achter de tralies thuishoort.” De toerist die op de hoogte wil blijven van de laatste ontwikkelingen kan dus maar beter pen en papier bij de hand houden. Als hij zijn huiswerk goed doet, zal het hem weinig moeite kosten de nieuwste vondsten snel op te pikken. Kan hij ze meteen toevoegen aan zijn lijstje met de meest in het oog springende Italiaanse gebaren.

EEN GREEP UIT DE SCHATKIST VAN ITALIAANSE GEBAREN:

CHE VUOI? (wat wil je nou?)
Wie ongeduldig is houdt vijf vingerpunten tegen elkaar in een punt omhoog, la mano a borsa genaamd (de hand als een zakje). Vervolgens schudt hij op een geïrriteerde manier zijn hand op en neer. In 1832 schreef de Napoletaan Andrea de Jorio: “De vingers samenbrengen in een punt betekent dat iemand zijn ideeën bij elkaar moet brengen.” Met andere woorden: vat de kern samen. In buurlanden heeft dit gebaar een andere betekenis. Tunesiërs geven hiermee aan dat iemand ‘langzamer’ moet rijden. Spanjaarden bedoelen dat iets ‘veel’ is. Belgen en Fransen zeggen dat ze ‘bang’ zijn. Grieken laten zien dat ze iets ‘goed’ vinden.

BUONO! (goed)
Als een Italiaan zijn eten lekker vindt of een mooie vrouw ziet, maakt hij met zijn vinger een draaiende beweging in zijn wang. Over de ontstaansgeschiedenis bestaat onduidelijkheid. Het gebaar verwijst mogelijk naar het kuiltje in de vrouwenwang dat vroeger als een schoonheidsideaal gold. De beweging kan ook afstammen van de gewoonte van mannen om hun snor goed te draaien voordat zij een vrouw ontmoeten. Spanjaarden maken dezelfde beweging om juist aan te geven dat iemand ‘homofiel’ is. Duitsers bedoelen hiermee dat iemand ‘gek’ is.

FURBIZIA (slim)
Iemand trekt met zijn vinger aan zijn ooglid wanneer hij zijn gesprekpartner wil laten zien dat hij niet gek is: non sono mica stupido (ik ben niet dom). Hij maakt zijn oog als het ware groter alsof hij alles in de gaten heeft. Als hij zich direct tot de ander wendt, vindt hij hem un furbone (een slimmerik). Hij kan iemand ook waarschuwen voor een sluwe persoon: mica scemo, quello! (die is niet gek). Vooral Zuid-Italianen hebben hier een handje van.

VAFFANCULO! (donder op!)
Een boze Italiaan beledigt iemand enorm als hij met zijn linkerhand op zijn rechter bovenarm slaat en zijn onderarm met een gebalde vuist omhoog trekt. Lo scatto dell’avambracio (het opkomen van de onderarm) suggereert anale penetratie. Zo maken mannen elkaar duidelijk wie de baas is. Tegenwoordig maken ook vrouwen gebruik van dit gebaar om anderen te imponeren. Fransen noemen deze armbeweging le bras d’honneur, letterlijk de arm van eer.

VA’VIA! (verdwijn!)
Wie iemand weg wil sturen beweegt zijn rechterhand schuin omhoog en slaat met zijn
linkerhand zachtjes op zijn rechterpols alsof deze wordt afgehakt. Een losse hand laat immers makkelijker los dan een vaste. Italianen maken deze beweging, la mano mozza (de losse hand) genaamd, ook als ze zelf weggaan: io me ne vado (ik ga weg).

CORNA (overspel)
Italianen houden hun wijsvinger en pink omhoog bij een man wiens vrouw vreemd gaat: sua moglie gli mette le corna (zijn vrouw bedriegd hem). In het verleden was dit teken aanleiding voor vechtpartijen en zelfs moord. Volgens één van de vele theorieën verwijst dit gebaar niet naar de horens van een briesende stier, maar naar een gehoornde helm van een bedrogen krijger. Wanneer de eigenaar van het hoofddeksel ten strijde trok, nam zijn vrouw uit eenzaamheid een minnaar. Napoletanen houden meestal beide handen omhoog.

CORNA (afkloppen/vervloeken)
Een bijgelovige steekt pink en wijsvinger naar beneden als bescherming tegen het noodlot: speriamo di no! (ik hoop het niet). Hij steekt ze naar voren om een ander te vervloeken: accidenti a te! (jij krijgt een ongeluk!). Napoletaanse vrouwen droegen al in de negentiende eeuw amuletten om hun hals met dit symbool. De hoorntjes staan tevens afgebeeld op oude muurschilderingen in Etruskische graven en op potten van 1000 voor christus uit midden-Italië. Dit gebaar is naar alle waarschijnlijkheid ontleend aan een nog veel oudere traditie waarbij mensen echte horens ophingen in hun woning.

NON ME NE FREGA NIENTE (het zal me een zorg zijn)
Een onverschillige persoon schuift met de bovenkant van zijn hand onder zijn kin alsof hij een lange baard op en neer beweegt. Tegelijkertijd geeft hij een rukje aan zijn hoofd naar achter: Al naar gelang de situatie herhaalt hij deze beweging. Zuid-Italianen maken dit gebaar als ze ‘nee’ bedoelen.

BELLA (mooi)
Een inwoner uit Rome strijkt zachtjes met duim en de wijsvinger langs zijn kin als hij een mooie vrouw ziet. Volgens Andrea de Jorio is dit gebaar afkomstig uit het oude Griekeland. “Een vrouwengezicht in de vorm van een olijf was destijds een schoonheidsideaal. Een Napoletaan zegt met dit gebaar: zoals ik mijn gezicht streel, zo wil ik dat van jouw aanraken.” Ondanks de Griekse overheersing in het Zuiden komt het gebaar nauwelijks voor in Napels. In andere delen van het land maken Italianen deze beweging om aan te geven dat iemand ziek of mager is. Ze drukken beide vingers stevig in de wangen alsof ze ingevallen zijn.

ATTENZIONE (let op!)
Een Italiaan tikt met zijn wijsvinger zijn neus aan als hij vindt dat een ander persoon niet deugt. Oorspronkelijk komt het gebaar uit de onderwereld. Criminelen waarschuwden elkaar hiermee als een informant van de politie in hun zaakjes neusde. Sardijnen duiden er een samenzwering tussen twee mensen mee aan. Sicilianen bedoelen dat iemand slim is.

Bronnen: Desmond Morris: ‘Gestures. Their origins and distribution’, Andrea de Jorio: ‘La mimica degli antichi investigata nel gestire napoletano en Pierangela Diadori: ‘Senza Parole. 100 gesti degli Italiani’.

door Jessica de Jong

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign