Promoot de topvrouw niet als winstmachine

dinsdag 05 april 2011

Opiniestuk door Jessica in De Volkskrant 

In Nederland proberen vrouwen werkgevers over de streep te trekken door zichzelf aan te prijzen als commerciële aanwinst.

Het is opmerkelijk dat in alle landen waar invoering van een wettelijk quota nog niet aan de orde is, benadrukt wordt dat vrouwen een geweldige financiële aanwinst zijn. Terwijl landen die wel een wettelijk quotum invoeren –zoals Noorwegen, Spanje, Frankrijk en België- juist benadrukken dat vrouwen er gewoon bijhoren, ongeacht of ze wel of geen winst maken.

Er zijn grofweg drie verkooppraatjes. Het eerste verkooppraatje is dat de bedrijfswinst omhoog schiet zodra een vrouw de scepter zwaait. Vrouwen vermijden risico’s waardoor de winst stijgt. Ook zijn ze minder geneigd om luchtkastelen te bouwen. Het tweede verkooppraatje is dat vrouwen beter leiders zijn. Ze zouden meer mensgericht zijn en kunnen zich beter inleven. Het derde -en meest populaire- verkooppraatje is dat vrouwen en mannen samen betere besluiten nemen. Echt iedereen met hart voor diversiteit beroept zich hierop.

Het benadrukken van ‘het anders zijn’ van vrouwen is om drie redenen niet slim. Allereerst begeven de voorstanders van meer topvrouwen zich op glad ijs. Zoals premier Rutte al liet zien, kan een werkgever het kwaliteitsargument makkelijk naast zich neerleggen. Toen Rutte werd verweten dat er zo weinig vrouwen in zijn ministersploeg zitten, antwoordde de toppoliticus dat het om kwaliteit gaat. ‘De beste mensen komen op de beste plekken. Sekse is niet relevant.’ Einde discussie.

Ten tweede geven de verkooppraatjes het verkeerde signaal af. Door heel hard te roepen hoe geweldig vrouwen wel niet zijn, zeg je in feite dat ze alleen mee mogen doen als ze iets extra’s toevoegen. En door zo hoog op te geven over de kwaliteiten van vrouwelijke managers lopen ze sneller stuk op de onmogelijke eisen van mannelijke directies.

Ten derde zijn de verkooppraatjes niet te bewijzen. Er is helemaal geen overtuigend verband aangetroffen tussen sekse en winst, leiderschap en besluitvorming. Daarvoor zijn de individuele verschillen veel te groot: er zijn net zo goed keiharde zakenvrouwen als zachtaardige mannelijke managers. Dat verschilt per individu. Het is bovendien net alsof je zegt: een vrouw staat voor een miljoen, doe mij er maar zes.'

Hoe hard economen zoals hoogleraar bedrijfseconomie Mijntje Lückerath van de Universiteit Nijenrode ook hameren op de voordelen van vrouwen: bedrijven lijken er helemaal niet gevoelig voor. Er heeft toch nog nooit een Nederlandse vrouw aan de top gestaan van een groot beursgenoteerd bedrijf omdat ze economische winst brengt? Sterker: particuliere beleggers gooien in Amerika zelfs massaal hun aandelen in de verkoop als ze horen dat een vrouw de baas wordt. De meeste Nederlandse werkgevers willen geen vrouw aan de top omdat het slecht zou zijn voor het bedrijfsimago. Met andere woorden: het promoten van vrouwen is een enorm zijpad waarmee je nooit de discussie wint.

Toch blijven voorvechters van meer vrouwen in de top tegen beter weten in volhouden dat het niet zozeer om gelijke rechten gaat, maar om de economische winst die vrouwen brengen. De vraag of het wel eerlijk is dat vrouwen er niet bij betrokken worden in de top is naar de achtergrond geschoven. Dat is ergens wel begrijpelijk: wie met de beschuldigende vinger in de richting van de mannelijke bedrijfscultuur wijst, wordt in Nederland als zeurkous of ouderwetse feminist weggezet. Vrouwen moeten zelf maar zorgen dat ze aan de top komen. Ten onrechte. Zolang beleidsmakers niet snappen dat het om gelijke kansen draait, zal er in ‘gidsland’ Nederland nooit een Nederlandse vrouw aan de top staan.  

Journaliste Jessica de Jong is auteur van het recent verschenen boek Vrouwen zijn gelijk aan mannen, behalve in de directiekamer.

Copyright © 2017 Jessica de Jong | Alle rechten voorbehouden | Webdesign